Diastase buikspieren: herkennen, voorkomen en herstellen
diastase-buikspieren-wijken
07/01/2026

Diastase buikspieren: herkennen, voorkomen en herstellen

07/01/2026

Je staat voor de spiegel, een paar weken na je bevalling. Je buik is zachter dan je gewend bent, dat wist je. Maar er is iets anders. Als je overeind komt uit bed zie je een richel omhoog komen, midden op je buik. Een soort dakje.

Je zoekt het op. En binnen tien minuten heb je gelezen dat je buikspieren uit elkaar staan, dat je nooit meer een crunch mag doen, dat je nooit meer op je zij mag opstaan, en dat je hier de rest van je leven last van houdt als je nu niets doet.

Ik ga je iets anders vertellen.

Diastase is niet iets wat kapot is. Het is een normale aanpassing van je lichaam aan een groeiende baarmoeder, die bij de overgrote meerderheid van de vrouwen optreedt en bij een groot deel vanzelf grotendeels herstelt. En voor het deel dat niet vanzelf herstelt, is er inmiddels behoorlijk goed onderzoek over wat wel en niet werkt.

In dit artikel lees je wat diastase precies is, hoe je het zelf test, welke behandelingen aantoonbaar effect hebben, welke populaire adviezen niet kloppen en hoe een realistisch hersteltraject eruitziet.

Ik ben Maaike Grovenstein, Premium Fysiotherapeut gespecialiseerd in zwangerschap, bevalling en herstel. Ik heb zelf twee keer een diastase gehad, en twee keer verliep het herstel anders. Verderop leg ik uit waarom, want dat verschil blijkt precies te kloppen met wat recent onderzoek laat zien.

Lees rustig verder. Je buik is niet stuk.


Wat is diastase precies?


Je hebt twee rechte buikspieren, links en rechts van je middenlijn. Dat zijn de spieren die je ziet als iemand een gespierde buik heeft. Tussen die twee spieren zit een baan van bindweefsel die van je borstbeen tot je schaambeen loopt. Die baan heet de linea alba, letterlijk de witte lijn.

Tijdens je zwangerschap groeit je baarmoeder. Je buikwand moet ruimte maken. Die ruimte komt er doordat de linea alba uitrekt en breder wordt, waardoor de twee buikspieren verder uit elkaar komen te liggen.

Dat is diastase. De afstand tussen je rechte buikspieren is groter geworden.


Waarom dit geen beschadiging is

Dit is het belangrijkste dat ik je in dit hele artikel wil meegeven.

Er is niets gescheurd. Er is niets losgeraakt. Je spieren zitten nog precies waar ze horen. Het bindweefsel ertussen is uitgerekt, precies zoals het bedoeld is om ruimte te maken voor je kind.

Dat woord "buikspierscheiding" dat je overal leest, is daarom ongelukkig gekozen. Er is geen scheiding, er is verruiming.

Waarom vind ik dit belangrijk? Omdat het beeld dat je van je eigen lichaam hebt, bepaalt hoe je ermee omgaat. Vrouwen die denken dat hun buik kapot is, gaan bewegen alsof hun buik kapot is. Ze houden hun adem in, ze spannen constant aan, ze durven niet meer te tillen. En juist dat maakt het herstel moeilijker.


Wanneer spreken we van diastase?

Hier wordt het interessant, want er is geen wereldwijde overeenstemming.

De meest gebruikte grenswaarden komen uit onderzoek naar de normale breedte van de linea alba bij vrouwen zonder kinderen. Daaruit komt: boven de navel 2,2 centimeter, ter hoogte van de navel 2,7 centimeter, en onder de navel 1,0 centimeter.

De Europese Hernia Society houdt een eenvoudiger grens aan: meer dan 2 centimeter tussen de buikspieren. En in de grootste recente cohortstudie werd juist 3 centimeter gebruikt.

Dat verschil verklaart waarom je overal andere percentages ziet. En het verklaart ook waarom de ene zorgverlener zegt dat je diastase hebt en de andere niet.

Wat ik hieruit meeneem, en wat je van mij mag verwachten: het getal is niet het hele verhaal. Ik meet wel degelijk, want je wilt weten of iets verandert. Maar ik kijk minstens zo goed naar hoe stevig dat bindweefsel aanvoelt, of het meegeeft onder druk, en of je buikwand zijn werk kan doen als jij iets zwaars optilt.

Eén praktisch weetje uit dat cohortonderzoek: bij vrijwel alle vrouwen met diastase zat de grootste afstand ter hoogte van de navel. Als je maar op één plek meet, meet dan daar.


Hoe vaak komt diastase voor?

Vaker dan bijna elke vrouw beseft.

De cijfers die consequent terugkomen: ongeveer 33 procent van de vrouwen heeft al diastase rond week 21 van de zwangerschap, oplopend naar ongeveer 60 procent zes weken na de bevalling, dalend naar ongeveer 45 procent na zes maanden en ongeveer 33 procent na een jaar.

Een Australische cohortstudie uit januari 2026 volgde 213 vrouwen die voor het eerst zwanger waren, vanaf de vroege zwangerschap tot een jaar na de bevalling, met echografie op vier momenten. Bij hen had 30,3 procent een jaar na de bevalling nog diastase.

Lees die cijfers nog eens rustig door. Diastase is niet iets wat jou is overkomen omdat je iets verkeerd hebt gedaan. Het is wat er bij vrijwel iedere zwangere vrouw gebeurt.


Het natuurlijke herstel, en waar het stopt

Dit is nieuwe kennis, en het verandert het advies.

In diezelfde cohortstudie werd de afstand tussen de buikspieren gemeten op zes weken, zes maanden en twaalf maanden na de bevalling. Tussen zes weken en zes maanden nam de afstand duidelijk af. Tussen zes maanden en twaalf maanden was er geen betekenisvolle afname meer.

Met andere woorden: het natuurlijke herstel doet zijn werk in het eerste half jaar, en daarna vlakt het af. De onderzoekers concluderen dat het onwaarschijnlijk is dat de afstand na twaalf maanden nog spontaan verder afneemt.

Dat is geen reden tot paniek in de eerste weken. Het is wel een reden om niet eindeloos af te wachten. Als je een jaar na je bevalling nog steeds klachten hebt en je hebt in de tussentijd niets gedaan, dan is dat een jaar waarin je natuurlijke herstel het werk deed en jij niet meehielp.


Mijn eigen twee diastases, en waarom de tweede langer duurde


Ik deel dit omdat het laat zien hoe verschillend het kan lopen bij dezelfde vrouw, en omdat het verloop bij mij opvallend goed aansluit bij wat het onderzoek voorspelt.

Na mijn dochter. Ik had ongeveer vier weken een forse diastase, en na drie maanden was ik er echt van af.

Ik heb destijds niet opgemeten in centimeters, en dat is misschien wel veelzeggend. Wat ik wél weet: hij was zowel diep als breed. Mijn vingers zakten weg, en er pasten er meerdere naast elkaar. Dat is precies de combinatie waarvan ik eerder in dit artikel schrijf dat je er wat aan moet doen.

Na mijn zoon. Ook snel, maar wel duidelijk langzamer. Na vier maanden was ik ervan af.

Eén maand verschil klinkt als weinig. Het is ook weinig, en het is verklaarbaar. Drie dingen waren anders bij mijn zoon:

  • Hij woog bij zijn geboorte dertienhonderd gram meer.
  • Ik heb hem bijna drie weken langer gedragen: 42 weken precies, tegenover 39 weken en 1 dag.
  • Mijn buik was daardoor groter, en ik had vlak voor de bevalling meer diastase.

En hier wordt het interessant. Diezelfde Australische studie uit 2026 rekende uit welke factoren de afstand tussen de buikspieren voorspellen. Twee uitkomsten:

Elke extra week zwangerschap. Voor iedere week dat een zwangerschap langer duurde, was de voorspelde afstand tussen de buikspieren een jaar later ongeveer 2 millimeter groter.

Elke extra kilo geboortegewicht. Hoe zwaarder de baby, hoe groter de kans op een diastase die een jaar later nog klachten geeft. Per extra kilo werd die kans ongeveer drie keer zo groot.

Bij mij kwamen die twee dus samen: bijna drie weken langer en dertienhonderd gram zwaarder. Dat mijn tweede diastase groter was en er een maand langer over deed, is daarmee precies wat je op grond van dit onderzoek zou verwachten.


Wat ik hier zelf uit haal

Twee dingen, en ze zijn allebei belangrijk voor jou.

Ten eerste: het zegt niets over jou als het bij je tweede kind anders loopt. Ik ben tussen mijn twee zwangerschappen niet slechter geworden in mijn eigen vak. Ik heb het de tweede keer zelfs bewuster aangepakt. Er zat gewoon meer kind in, en langer. Als jij bij je tweede meer diastase hebt dan bij je eerste, kijk dan eerst naar zwangerschapsduur en geboortegewicht voordat je conclusies trekt over je eigen lijf.

Ten tweede: ik ben er allebei de keren vanaf gekomen, en dat is geen toeval. Drie en vier maanden, dat valt precies binnen de periode waarin het natuurlijke herstel het meeste doet. Ik heb in die maanden niet stilgezeten, maar ook niet geforceerd. Ik heb precies gedaan wat ik verderop in dit artikel beschrijf.

En dan de nuance die erbij hoort, want ik wil geen verkeerd beeld geven: dit is mijn ervaring, geen belofte. Er zijn vrouwen bij wie het langer duurt of niet volledig herstelt, en dat zegt niets over hoe goed zij het aanpakken. Wat wél voor iedereen geldt: hoe eerder je weet wat je kunt doen, hoe meer je aan die eerste maanden hebt.


Precies wat ik zelf deed in die eerste twaalf weken


Dit is het hoofdstuk waar ik het meest aan hecht, want het is het enige deel van dit artikel waarin ik je niet vertel wat het onderzoek zegt, maar wat ik zelf elke dag heb gedaan. Bij allebei mijn kinderen.

De kern is simpel: **test kort, elke dag, en ga pas door naar het volgende niveau als je buik geen vervorming meer laat zien.**

Daarmee train je drie dingen tegelijk. Je buikspieren, je ademhaling, en je diastase. En je weet altijd waar je staat, want je meet het zelf.


Stap 1: eerst de ademhaling terug, week 1 en 2

Ik begon niet met buikspieren. Ik begon met ademhalen.

Diepe buikademhalingen, waarbij mijn middenrif weer helemaal van volledig hoog naar volledig laag ging. En mijn bekkenbodem mee: volledig omhoog en volledig omlaag.

Dat woord *volledig* is hier het belangrijkste. Tijdens je zwangerschap is je middenrif maandenlang omhoog geduwd door je baarmoeder en heeft het zijn volledige bereik niet meer gebruikt. Datzelfde geldt voor je bekkenbodem. Je moet dat bereik terugveroveren voordat je er iets bovenop kunt bouwen.

Waarom dit eerst? Omdat je buikwand pas druk gelijkmatig kan verdelen als het systeem erboven en eronder weer volledig meebeweegt. Sla je deze stap over, dan train je op een fundament dat nog niet klaar is.


Stap 2: aanspannen, en daarna pas bewegen

Daarna kwam de dwarse buikspier erbij. Niet als losse oefening op een matje, maar als vast onderdeel van wat ik toch al deed.

Concreet: aanspannen bij álles. En vooral bij het optillen van mijn kind.

Dat laatste is geen toevalligheid. Je tilt je baby tientallen keren per dag op. Dat zijn tientallen momenten waarop de druk in je buik stijgt en je buikwand moet reageren. Als jij die momenten benut, train je meer dan met welk oefenschema dan ook.

En hier wil ik iets rechtzetten, want dit is de meest gemaakte denkfout rond dit onderwerp.

Je kunt je dwarse buikspieren niet los trainen. Dat kan gewoon niet. De dwarse buikspier is onderdeel van een beweging: je spant aan, en daarna doe je iets. Optillen, opstaan, draaien, dragen. Het aanspannen is de voorbereiding, niet de oefening.

Daarom staan die losse "navel naar binnen trekken" oefeningen in het onderzoek onderaan de ranglijst, terwijl aanspannen wel degelijk essentieel is. Het gaat niet om de spier, het gaat om de volgorde: eerst aanspannen, dan belasten.

Zo heb ik het gedaan, en zo leer ik het mijn cliënten. Niet drie keer per dag tien keer navel naar binnen, maar bij elke til een halve seconde voorbereiding.


Stap 3: testen en opbouwen in niveaus

Dit is het onderdeel dat ik in Nederland nergens zo beschreven zie, en het is precies wat ik mijn cliënten meegeef als ze na hun bevalling bij mij komen.

Ik testte mezelf dagelijks, kort. En ik gebruikte de uitkomst om te bepalen of ik door mocht naar het volgende niveau.

Het testmoment is steeds hetzelfde: til je hoofd op en kijk naar je buik. Zie je een vervorming? Een richel, een dakje, of het gevoel dat je rechte buikspieren als het ware naar buiten tuiten? Dan is dat je antwoord.

Zie je vervorming: ga niet door. Richt je op dat niveau op je ademhaling, en probeer de beweging opnieuw op je uitademing. Uitademen verlaagt de druk in je buik, waardoor je buikwand de belasting beter kan opvangen.

Zie je geen vervorming meer: dan mag je door naar het volgende niveau.


De drie niveaus die ik zelf aanhield, in deze volgorde:

Niveau 1. Voeten op de mat. Op je rug, knieën gebogen, voeten plat op de grond. Span eerst je dwarse buikspieren aan, adem uit en til dan je hoofd op. Dit is de lichtste variant, omdat je onderrug ondersteund ligt en je benen niets hoeven te dragen.

Niveau 2. Lange benen. Zelfde beweging, maar nu met je benen gestrekt op de mat. Dat is meteen een stuk zwaarder, want in deze houding trekt het gewicht van je benen aan je bekken en moet je buikwand meer werk doen om je romp op zijn plek te houden.

Niveau 3. Hoekje van 90 graden, benen in de lucht. Heupen en knieën allebei in een hoek van ongeveer 90 graden, onderbenen zwevend. Weer dezelfde volgorde: aanspannen, uitademen, hoofd optillen. Dit is de zwaarste van de drie, omdat je buikwand nu ook het gewicht van je opgetilde benen moet opvangen.

Bij elk niveau dezelfde vraag: houdt mijn buik zijn vorm? Zo ja, door naar het volgende. Zo nee, blijf hier en werk aan je ademhaling.


Waarom ik dit zo graag doorgeef

Drie redenen.

Je hebt niemand nodig om te weten waar je staat. Veel vrouwen wachten op een controle om te horen hoe het ervoor staat. Met deze aanpak weet je het elke dag.

Je bouwt op wat je lijf aankan, niet op een schema. Een schema dat zegt "week 4: doe dit" houdt geen rekening met jouw bevalling, jouw buik, jouw nacht. Deze test wel.

Het kost je een halve minuut. Dat is precies waarom het vol te houden is in een periode waarin je toch al te weinig slaapt.

Wat ik erbij zeg, en dat meen ik: ik was hier dagelijks mee bezig. Niet een uur per dag, maar wel elke dag even. Dat consequente is waarschijnlijk belangrijker geweest dan welke oefening dan ook.

Wil je dit onder begeleiding doen, met iemand die meekijkt of je het goed uitvoert en die de niveaus op jouw situatie afstemt? Dat is precies wat ik doe in mijn hersteltrajecten.


Wil je weten hoe jouw herstel er stap voor stap uit zou moeten zien? In De Gouden Herstelformule neem ik je mee door het volledige herstel na je bevalling, van de eerste week tot en met je terugkeer naar sport en werk.

Bekijk De Gouden Herstelformule


Hoe test je zelf op diastase?


Je kunt dit thuis doen. Doe het niet in de eerste weken na je bevalling, want dan is je buik nog volop in verandering en zegt de meting weinig. Vanaf ongeveer zes weken krijg je een bruikbaarder beeld.

Zo doe je het:

1. Ga op je rug liggen met je knieën gebogen en je voeten plat op de grond.

2. Leg twee of drie vingers plat op je buik, net boven je navel, met je vingers dwars op je middenlijn.

3. Adem uit en til langzaam je hoofd en schouders een klein stukje op, alsof je naar je knieën kijkt. Niet verder.

4. Voel met je vingers of er een ruimte is tussen de twee spierbuiken, en hoeveel vingers daar naast elkaar in passen.

5. Herhaal dit ter hoogte van je navel en ongeveer drie centimeter onder je navel.


Wat je noteert:

  • De breedte. Hoeveel vingerbreedtes passen er naast elkaar? Twee vingerbreedtes of meer wordt meestal als diastase gezien. Let extra op ter hoogte van je navel, want daar is de afstand bijna altijd het grootst.
  • De diepte. Dit is het onderdeel dat bijna niemand meet, en waar ik het meest naar kijk. Zakken je vingers diep weg, of voel je onder je vingers weerstand? Weerstand is een goed teken. Dat betekent dat het bindweefsel spanning kan opbouwen en dus kracht kan doorgeven.
  • De richel. Kijk in de spiegel of van opzij. Zie je bij het opkomen een richel of dakje omhoog komen op je middenlijn? Dat wijst erop dat je buikwand de druk van binnenuit nog niet goed kan opvangen.

Twee vingers breed maar met stevige weerstand eronder is een heel ander verhaal dan twee vingers breed waarbij je vingers wegzakken. De eerste vrouw heeft weinig te doen. De tweede wel.

Deze test is een indruk, geen diagnose. Vingerbreedtes verschillen per persoon, en het is lastig om jezelf objectief te beoordelen. Echografie is de nauwkeurigste methode, maar ook meting met een schuifmaat blijkt in onderzoek goed bruikbaar.


Wat diastase wél en niet veroorzaakt


Op dit punt wil ik zorgvuldig zijn, want hier is het onderzoek verdeeld en dat zie je in vrijwel geen enkel artikel terug.


Rugpijn: het bewijs spreekt elkaar tegen

Je leest overal dat diastase leidt tot rugpijn. Twee goede onderzoeken komen tot tegengestelde conclusies.

Het Noorse onderzoek vergeleek vrouwen mét en zónder diastase een jaar na hun bevalling. Vrouwen met diastase hadden zwakkere buikspieren en vaker buikpijn, maar géén hogere kans op lage rugpijn, bekkenpijn of bekkenbodemklachten.

Het Australische onderzoek uit 2026 vond wel een verband. Vrouwen met diastase een jaar na de bevalling scoorden significant slechter op rugklachten dan vrouwen zonder. De onderzoekers introduceren daarvoor een nieuwe term: symptomatische diastase, dus een gemeten diastase mét rugklachten. Dat gold voor ongeveer een kwart van hun deelneemsters, en juist die groep scoorde ook merkbaar lager op kwaliteit van leven.

Wie heeft gelijk? Dat weten we nog niet. De onderzoeken gebruikten verschillende grenswaarden en verschillende vragenlijsten, en dat kan het verschil grotendeels verklaren.

Wat ik je meegeef, en wat in beide onderzoeken wél overeind blijft:

  • Heb je diastase en verder nergens last van, dan hoef je niet te wachten op problemen die nog moeten komen. Een groot deel van de vrouwen met diastase heeft geen klachten.
  • Heb je diastase én rugklachten, dan is dat een combinatie die serieus genomen mag worden. Niet omdat het een het ander veroorzaakt, maar omdat die combinatie in het Australische onderzoek samenhing met een merkbaar lagere kwaliteit van leven. Die vrouwen verdienen begeleiding, niet het advies om af te wachten.


Urineverlies: hier zijn de onderzoeken het wél eens

Beide onderzoeken vonden géén verband tussen diastase en urineverlies. In het Australische onderzoek was het verschil zo klein dat urineverlies zelfs uit de definitie van symptomatische diastase werd gelaten.

Dat betekent niet dat urineverlies onbelangrijk is, integendeel. Het betekent dat je het niet automatisch op je diastase kunt afschuiven. Heb je urineverlies, dan is dat een eigen verhaal met een eigen aanpak. Daarover lees je meer in mijn artikel over bekkenbodemtraining.


Wat consequent terugkomt

In alle onderzoeken blijft dit overeind: verminderde kracht en uithoudingsvermogen van je buikwand, en een verminderd gevoel van stevigheid.

Dat is precies wat vrouwen mij beschrijven. Niet zozeer pijn, maar het gevoel dat er geen fundament meer is. Dat je lijf niet meer meewerkt als je iets tilt of draagt.

En daar valt aan te werken.


Bij wie is de kans op diastase groter?

Uit het onderzoek komen een aantal factoren naar voren. Sommige kun je beïnvloeden, andere niet.

Factoren waar je iets aan kunt doen:

  • Een hoger gewicht voor de zwangerschap en veel gewichtstoename tijdens de zwangerschap.
  • De conditie van je buikwand voordat je zwanger wordt.
  • Hoe je in de laatste maanden van je zwangerschap omgaat met druk in je buik. Denk aan persen op het toilet, veel hoesten en het herhaald opkomen vanuit lig.
  • Zwangerschapsdiabetes. Dit is de sterkste voorspeller die het Australische onderzoek vond: vrouwen met zwangerschapsdiabetes hadden een bijna zeven keer zo grote kans op een diastase die een jaar later nog klachten gaf. Zwangerschapsdiabetes is niet altijd te voorkomen, maar wel te behandelen, en dat is nu een extra reden om dat serieus te nemen.

Factoren waar je weinig aan kunt doen:

  • Het geboortegewicht van je kind. Per extra kilo ongeveer een verdrievoudiging van de kans op klachten een jaar later.
  • Hoe lang je zwangerschap duurt. Elke extra week gaf gemiddeld ongeveer 2 millimeter meer afstand.
  • Leeftijd.
  • Het aantal zwangerschappen dat je hebt gehad.
  • Een meerlingzwangerschap.


Over de keizersnede: de nuance is veranderd

In eerdere onderzoeken kwam een keizersnede naar voren als risicofactor voor meer diastase.

In het Australische onderzoek uit 2026 viel dat verband weg zodra er rekening werd gehouden met andere factoren. De onderzoekers concluderen dat een keizersnede in hun gegevens geen zelfstandige risicofactor was.

Waarom vertel ik dit? Omdat ik regelmatig vrouwen spreek die zich schuldig voelen over hun keizersnede, alsof ze hun buik daarmee tekort hebben gedaan. Dat beeld klopt in elk geval niet zo eenduidig als het vaak gebracht wordt. En het is sowieso geen argument om iets te kiezen: de manier waarop je bevalt hangt van veel meer af, en die keuze maak je samen met je verloskundige of gynaecoloog.


Kun je diastase voorkomen tijdens je zwangerschap?

Eerlijk antwoord: volledig voorkomen kun je het niet, en dat hoeft ook niet. Je buikwand moet uitrekken.

Wat je wel kunt beïnvloeden, is hoe groot de verruiming wordt en hoe goed je buikwand daarna weer functie oppakt.

De directe wetenschappelijke onderbouwing hiervoor is beperkt. Er verscheen in 2025 een gerandomiseerd onderzoek waaruit bleek dat gerichte activatie-oefeningen voor de dwarse en rechte buikspieren tijdens de zwangerschap de afstand tussen de buikspieren niet veranderden. Dat is een belangrijk en eerlijk resultaat, en het gaat in tegen wat veel programma's beloven.

Betekent dat dat trainen tijdens je zwangerschap zinloos is? Nee. Het betekent dat je het om de juiste reden moet doen.

Waar je tijdens je zwangerschap wel invloed op hebt:

De druk in je buik. Niet persen op het toilet, hoesten opvangen, en niet steeds recht overeind komen uit lig maar via je zij.

Je ademhaling. Een buikwand die de hele dag onder verhoogde druk staat omdat je je adem inhoudt of je buik intrekt, staat onder meer belasting dan nodig.

Je kracht en conditie. Niet omdat het je diastase voorkomt, maar omdat je met een sterkere uitgangspositie sneller functie terugkrijgt.

Je gewichtstoename.

Dat laatste is het BIBO principe waar mijn hele aanpak op rust: Better In, Better Out. Wat je nu doet, bepaalt mede hoe je herstel eruitziet.


Wat werkt echt bij het herstellen van diastase?

Nu het belangrijkste deel. Ik loop de behandelingen langs met wat het onderzoek erover zegt, inclusief de dingen die minder goed werken dan je hoopt.


1. Oefentherapie werkt, en dat is inmiddels goed onderbouwd

In april 2026 verscheen een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken naar niet-operatieve behandeling van diastase. Gestructureerde oefenprogramma's verkleinden de afstand tussen de buikspieren duidelijk ten opzichte van geen behandeling of gebruikelijke zorg, met een gemiddeld effect van ruim 8 millimeter.

Een grote overzichtsstudie uit het British Journal of Sports Medicine, gepubliceerd in 2025 en gebaseerd op 65 studies met ruim 21.000 vrouwen, kwam tot dezelfde conclusie: training van de buikspieren in het eerste jaar na de bevalling verkleint de afstand tussen de buikspieren, zowel in rust als tijdens het optillen van je hoofd.

Acht millimeter klinkt weinig. Ter vergelijking: in het onderzoek wordt een verandering van 5 tot 10 millimeter beschouwd als klinisch relevant. Het gemiddelde effect van gericht trainen zit dus precies in dat bereik.


2. Diep én oppervlakkig trainen, niet alleen diep

Dit is voor mij de belangrijkste vernieuwing van de afgelopen jaren, en ik zie het in Nederland nog nauwelijks terug in de adviezen die vrouwen krijgen.

In november 2025 verscheen een netwerk-meta-analyse van 27 gerandomiseerde onderzoeken met 1.340 vrouwen. Het bijzondere aan zo'n analyse is dat behandelingen niet alleen tegen niets worden afgezet, maar ook onderling gerangschikt worden.

De uitkomst: programma's die zowel de diepe als de oppervlakkige buikspieren aanspreken gaven de grootste vermindering van de afstand tussen de buikspieren. Ze deden het beter dan aanpakken die zich op één spiergroep richtten en beter dan passieve methodes.

Aan de onderkant van de ranglijst stonden onder meer statische en dynamische planken, en het losstaand trainen van alleen de dwarse buikspier.

Dat laatste verdient uitleg, want het is precies wat de meeste vrouwen te horen krijgen. Alleen je diepe dwarse buikspier aanspannen, dat "navel naar binnen trekken" waar hele programma's op gebouwd zijn, komt er in het onderzoek zwak uit als losse behandeling.

Waarom? Om twee redenen.

Je buikwand is een systeem. Je diepe laag zorgt voor spanning en stabiliteit, je oppervlakkige laag zorgt voor kracht en beweging. Je hebt ze allebei nodig, en ze moeten samenwerken. Alleen de diepe laag trainen is als een huis bouwen met alleen een fundament.

En je kunt je dwarse buikspier eigenlijk niet los trainen. Die spier is onderdeel van een beweging: je spant aan, en daarna doe je iets. Optillen, opstaan, dragen. Het aanspannen is de voorbereiding op belasting, niet de oefening zelf. Zonder die belasting erachteraan train je een aanloop zonder sprong.

Verderop in dit artikel lees je hoe ik dat bij mezelf heb aangepakt.

De auteurs voegen er zelf terecht aan toe dat veel vergelijkingen op één studie berusten en dat de zekerheid van het bewijs wisselt. Neem de ranglijst dus als richting, niet als wet.


3. Mag je nu wel of geen crunches doen?

Dit is de meest gestelde vraag, en het antwoord is de afgelopen jaren veranderd.

Jarenlang was het advies: absoluut geen crunches, want die duwen je buik naar buiten en maken je diastase erger. Dat advies was gebaseerd op de waarneming dat bij sommige vrouwen tijdens een crunch een richel omhoog komt.

In 2023 verscheen een gerandomiseerd onderzoek van hoge kwaliteit onder vrouwen met diastase, zes tot twaalf maanden na hun bevalling. De ene groep deed twaalf weken lang thuis oefeningen met hoofdheffen en crunches, de andere groep niet. De uitkomst: de crunchgroep werd sterker en hun buikspieren werden dikker, zónder dat de afstand tussen de buikspieren toenam.

Crunches maakten het dus niet erger.

Tegelijk laat diezelfde netwerk-meta-analyse zien dat crunches als losstaande oefening ook geen verkleining van de afstand opleveren. Ze staan onderaan de ranglijst.

De praktische conclusie die ik hieruit trek en die ik mijn cliënten meegeef:

  • Crunches zijn niet gevaarlijk en gaan je diastase niet verergeren.
  • Crunches zijn wel een matige keuze als je doel is om die afstand te verkleinen.
  • Kom je met een crunch omhoog en zie je een duidelijke richel, dan is dat een teken dat je buikwand de druk nog niet goed opvangt. Dan is dat het moment om aan die drukverdeling te werken, niet het moment om paniekerig te stoppen met alles.

Het is dus niet: crunches zijn verboden. Het is: er zijn effectievere oefeningen om mee te beginnen.


4. De buikband

Buikbanden en corsetten worden veel verkocht en veel aangeraden.

In de netwerk-meta-analyse kwamen buikbanden uit op een gemiddelde vermindering van ruim 10 millimeter ten opzichte van geen behandeling. Dat is meer dan ik verwachtte, en het valt precies binnen wat als klinisch relevant geldt. Tegelijk scoorden ze duidelijk lager dan de gecombineerde oefenprogramma's.

Mijn advies:

  • Een band kan in de eerste weken na je bevalling prettig zijn en geeft veel vrouwen een gevoel van steun.
  • Draag hem niet de hele dag door en niet maandenlang. Je buikwand moet zelf leren werken, en dat leert hij niet als iets anders het werk overneemt.
  • Zie hem als een tijdelijk hulpmiddel naast oefeningen, niet als vervanging ervan.


5. Tape

Tape kwam er in de netwerk-meta-analyse als losse behandeling het zwakst uit, met een gemiddeld effect van minder dan 4 millimeter.

Betekent dat dat tape nutteloos is? Nee. Ik gebruik tape zelf in de praktijk, maar voor iets anders dan het verkleinen van de afstand. Tape kan je bewustzijn van je buikwand vergroten en kan tijdelijk een prettig gevoel van steun geven, waardoor je makkelijker durft te bewegen. Dat is nuttig. Alleen: verwacht er geen structurele verandering van.


6. Ademhaling en drukregulatie

Dit staat in geen enkele ranglijst als losse behandeling, en het is voor mij de basis onder alles.

Je buikholte is een gesloten ruimte. Boven zit je middenrif, onder je bekkenbodem, rondom je buikspieren en je rug. Als je inademt, daalt je middenrif en stijgt de druk. Die druk moet ergens naartoe.

Bij een buikwand die goed werkt, wordt die druk gelijkmatig verdeeld. Bij een buikwand die dat nog niet kan, gaat de druk de weg van de minste weerstand, en dat is precies daar waar het bindweefsel het meest is uitgerekt. Dat is de richel die je ziet.

Daarom begin ik altijd met ademhaling en met het gevoel krijgen voor wat je buik doet bij inspanning. Niet als opwarmertje, maar als de eerste bouwsteen.


Wil je weten wat er bij jouw buik speelt en welke opbouw bij jou past? In een Premium 1:1 Fysio Consult onderzoek ik je buikwand, je bekkenbodem en je drukverdeling, en krijg je een plan dat op jouw lijf is afgestemd.

Bekijk het Premium 1:1 Fysio Consult


Wat is een realistisch resultaat?

Ik wil hier eerlijk over zijn, ook als dat minder mooi klinkt dan wat je elders leest.

Wat je mag verwachten: dat de afstand tussen je buikspieren kleiner wordt, dat je buikwand meer spanning kan opbouwen, dat je meer kracht en uithoudingsvermogen krijgt, en dat je buik weer meewerkt bij tillen, dragen en sporten. Dat is waar we samen naartoe werken.

Wat niemand je kan garanderen: dat de afstand volledig terugkeert naar hoe hij was voor je zwangerschap. Bij sommige vrouwen gebeurt dat, bij andere niet. Uitgerekt bindweefsel wordt niet altijd volledig zoals het was.

En hier is het punt dat ik het belangrijkst vind: die twee dingen zijn niet hetzelfde.

Ik heb vrouwen begeleid bij wie de afstand maar een halve centimeter kleiner werd, en die na drie maanden weer voluit trainden, hun kind moeiteloos optilden en zich weer stevig voelden in hun eigen lijf. En ik heb vrouwen gesproken bij wie de afstand op papier prima was, maar die zich nog steeds nergens op konden verlaten.

Functie en breedte lopen niet gelijk op. Wat jij merkt in je dagelijks leven, hangt meer samen met hoe goed je buikwand kracht doorgeeft dan met hoeveel millimeter er tussen zit.

Meten doe ik dus wel, want je wilt richting hebben. Maar ik reken je herstel er niet in af.


Hoe het voelt als het de goede kant op gaat

Ik kan je precies vertellen waar je dit aan merkt, want ik heb het zelf twee keer meegemaakt.

Je voelt dat je meer kunt aanspannen. Dat is het eerste. Waar je eerst iets deed en er weinig gebeurde, voel je nu dat er spanning ontstaat en dat die ergens naartoe gaat.

En als je diastase begint te helen of geheeld is, voelt je buik weer wat meer van jou. Dat is moeilijk anders te beschrijven, maar iedere vrouw die het meemaakt herkent het meteen. Het is het verschil tussen een buik die je met je meedraagt en een buik die meedoet.

Wat ik je daarbij wil meegeven, want dit is waar veel vrouwen op vastlopen: op dat moment is je buik meestal nog niet strak. En dat is niet erg.

Functioneel en zonder klachten, dat is wat telt. Dat is het doel van een hersteltraject. Die strakke buik komt daarna vanzelf als je gaat trainen, en niet andersom.

Die volgorde is belangrijk. Vrouwen die eerst de strakke buik najagen, gaan te snel te zwaar trainen op een buikwand die de druk nog niet aankan. Vrouwen die eerst de functie herstellen, kunnen daarna gewoon opbouwen zoals iedereen.

Eerst werkend, dan sterk, dan strak.


Diastase en De Gouden Driehoek


In mijn praktijk werk ik met De Gouden Driehoek: Hart, Bekken en Kind. Ook bij diastase.


Hart

Weinig dingen raken vrouwen zo aan hun zelfbeeld als hun buik na een bevalling. Ik zie vrouwen die hun eigen buik niet meer willen aanraken, die zich verstoppen in ruime kleding, die hun partner niet meer toelaten.

Dat is niet ijdelheid. Dat is rouw om een lijf dat je herkende. En het Australische onderzoek laat zien dat het ook meetbaar is: vrouwen met een diastase die klachten geeft, scoorden merkbaar lager op kwaliteit van leven dan vrouwen zonder.

Daarnaast doet spanning iets fysieks. Een lijf dat de hele dag aan staat, spant zijn buik aan en houdt zijn adem hoog. En precies dat verhindert het gelijkmatig verdelen van druk dat je nodig hebt.

Daarom begint mijn aanpak bij diastase niet met een oefening, maar met ademhaling en ontspanning. Dat is geen zachte inleiding. Dat is behandeling.


Bekken

Je bekkenbodem en je buikwand vormen samen één systeem. Ze reageren op elkaar, ze delen dezelfde druk. Je kunt niet aan de een werken zonder de ander mee te nemen.

De overzichtsstudie uit 2025 bevestigde dat bekkenbodemtraining in het eerste jaar na de bevalling de kans op urineverlies met 37 procent verlaagt en de kans op een verzakking met 56 procent. Dat gaat niet over je diastase, maar het gaat wel over hetzelfde systeem, en het is een van de best onderbouwde adviezen die er zijn.


Kind

Herstel na een bevalling is niet alleen bezig zijn met jezelf. Elke keer dat je je kind optilt, draagt, voedt en verschoont, belast je die buikwand. Tientallen keren per dag.

Daarom besteed ik veel aandacht aan hoe je die dagelijkse handelingen uitvoert. Als jij die zestig tilmomenten per dag anders doet, is dat meer training dan tien minuten oefeningen. Dit is ook precies waar mijn kennis als draagconsulent samenkomt met mijn vak als fysiotherapeut: hoe je je kind draagt, doet ertoe voor jouw buikwand. Daarover lees je meer in mijn artikel over dragen.

Meer hierover deel ik in mijn podcast Zwanger aan de Top.


Een realistische opbouw in vier fasen


Zo ziet een hersteltraject er in grote lijnen uit. Dit is een kapstok, geen voorschrift, want de opbouw hangt af van jouw bevalling, jouw uitgangspositie en jouw doelen.

Houd bij het lezen één ding in je achterhoofd: het natuurlijke herstel doet zijn meeste werk in het eerste half jaar. Dat maakt fase 2 en 3 de belangrijkste van de vier.


Fase 1: week 0 tot 6

Doel: rust, ademhaling en het voorkomen van onnodige druk.

Wat je doet: laag ademhalen, je bekkenbodem zachtjes leren aanspannen en vooral ook loslaten, en via je zij uit bed komen in plaats van recht overeind. Niet persen op het toilet.

Wat je niet doet: buikspieroefeningen, zwaar tillen, hardlopen.

Dit is de fase waarin het natuurlijk herstel het hardst werkt. Laat het zijn werk doen.


Fase 2: week 6 tot 12

Doel: de samenwerking tussen ademhaling, bekkenbodem en diepe buikspieren opbouwen.

Wat je doet: rustige oefeningen waarbij je de spanning in je buikwand voelt toenemen zonder dat er een richel ontstaat. Wandelen opbouwen. Je tiltechniek verbeteren.

Dit is de fase waarin de opbouw in niveaus die ik hierboven beschreef zijn werk doet. Dagelijks kort testen, en doorgaan zodra je buik zijn vorm houdt.

Dit is ook het moment voor een eerste beoordeling. Neemt de afstand en de stevigheid niet meer duidelijk af, dan is dit het moment om begeleiding te zoeken.


Fase 3: week 12 tot 24

Doel: kracht opbouwen, in de diepe én de oppervlakkige laag.

Wat je doet: gerichte krachtoefeningen die je buikwand echt belasten, opgebouwd in zwaarte.

Dit is de fase waarin je het meeste resultaat kunt boeken, en het is precies de fase waarin de meeste vrouwen afhaken omdat ze het gevoel hebben dat ze weer "normaal" moeten functioneren. Terwijl je hier het natuurlijke herstel nog mee hebt. Na zes maanden werkt dat niet meer voor je, en moet alle winst uit je eigen inspanning komen.


Fase 4: vanaf week 24

Doel: terug naar wat jij wilt kunnen.

Wat je doet: hardlopen, springen, zwaarder tillen, terug naar je sport. Opgebouwd, met aandacht voor of je buikwand de druk aankan bij toenemende belasting.

Een opmerking over de duur: in de onderzochte programma's bleken interventies van achttien sessies of meer het beste resultaat te geven. Dat is een reëel beeld van wat dit vraagt. Herstel na een bevalling is geen kwestie van zes afspraken.

Zelf houd ik voor mezelf en voor mijn cliënten negen maanden aan. Net zolang als de zwangerschap duurde.


Zeven dingen die je vandaag al kunt veranderen


1. Kom uit bed via je zij. Rol op je zij, duw jezelf omhoog met je onderste arm terwijl je je benen van het bed laat zakken. Nooit recht overeind vanuit lig. Dit is de handeling die je per dag het vaakst herhaalt.

2. Adem uit bij inspanning. Til je iets zwaars op, kom je overeind, zet je je kind in de autostoel? Adem uit tijdens de inspanning. Niet inhouden. Zo houd je de druk in je buik lager.

3. Til je kind dichtbij. Zak door je knieën, houd hem tegen je aan en draai niet tijdens het tillen. Kijk kritisch naar je verschoontafel, je wieg en je autostoel: zit alles op werkhoogte?

4. Pers niet op het toilet. Zorg voor voldoende vezels en vocht, zet een verhoging onder je voeten, en neem de tijd. Persen geeft precies de druk waar je buikwand nu niet op zit te wachten.

5. Trek je buik niet de hele dag in. Veel vrouwen doen dit onbewust. Het geeft een strakker gevoel, en het verhoogt de druk naar beneden en naar buiten. Laat los.

6. Kijk naar hoe je je kind draagt. Een draagzak of doek die te laag zit, trekt je bekken naar voren en je buikwand uit. Goed geplaatst draaggewicht kan juist helpen om rechtop te blijven.

7. Adem drie keer per dag een minuut lang laag. Handen op de zijkant van je onderste ribben. Adem in en voel je ribben naar buiten gaan, adem uit en voel je buik en bekkenbodem meegeven. Dit is de meest onderschatte oefening die er is.


Wanneer is een operatie aan de orde?


Chirurgisch herstel van de buikwand is een reële optie, maar pas als laatste stap.

De volgorde die internationaal wordt aangehouden: eerst een gedegen periode van oefentherapie, meestal minimaal zes maanden tot een jaar, en pas als dat onvoldoende oplevert wordt een operatie overwogen.

De auteurs van het Australische onderzoek uit 2026 formuleren het zo: de groep vrouwen met een gemeten diastase én rugklachten, ongeveer een kwart van hun deelneemsters, zou baat kunnen hebben bij een chirurgische beoordeling, maar pas nadat de niet-operatieve mogelijkheden zijn uitgeput.

Redenen om het gesprek erover aan te gaan met je huisarts:

  • Klachten die je dagelijks functioneren beperken en die na langdurig en goed uitgevoerd trainen niet verbeteren
  • Een navelbreuk of buikwandbreuk die is vastgesteld
  • Aanhoudende buikklachten die met andere oorzaken zijn uitgesloten

Wat ik je meegeef: laat je niet direct naar een operatie sturen zonder dat je eerst een serieus hersteltraject hebt gevolgd. En laat je andersom ook niet vertellen dat opereren nooit een optie is. Voor een klein deel van de vrouwen is het de juiste keuze.

Ik ben geen chirurg en beoordeel geen operatie-indicaties. Wat ik wel kan doen, is zorgen dat je met een zo sterk mogelijke buikwand aan die beslissing begint. Want ook als er geopereerd wordt, is de kwaliteit van je spieren vooraf en je opbouw erna bepalend voor het resultaat.


Wanneer schakel je een fysiotherapeut in?


Neem contact op als:

  • Je zes tot acht weken na je bevalling geen duidelijke verbetering merkt
  • Je bij het opkomen een duidelijke richel of kuil op je middenlijn ziet
  • Je vingers diep wegzakken zonder dat je weerstand voelt
  • Je je onzeker voelt bij tillen, dragen of sporten
  • Je wilt terugkeren naar hardlopen, krachttraining of een andere sport en niet weet hoe je dat veilig opbouwt
  • Je last hebt van rugklachten in combinatie met je diastase
  • Je een navelbreuk vermoedt, dus een zwelling rond je navel die uitpuilt bij inspanning

En eigenlijk ook gewoon: als je je zorgen maakt en er goed over wilt worden geïnformeerd. Veel van de vrouwen die bij mij komen, hebben vooral last van tegenstrijdige adviezen. Duidelijkheid is op zichzelf al behandeling.

Eén ding wil ik je daarbij op het hart drukken, en dat volgt direct uit het onderzoek: wacht niet tot het eerste jaar voorbij is. Het natuurlijke herstel doet zijn werk in de eerste zes maanden. Dat zijn de maanden waarin je hulp het meeste oplevert.

Ik werk vanuit mijn praktijk in Zoetermeer, buiten de verzekerde zorg om, met ruime consulten waarin onderzoek, behandeling, training en uitleg samenkomen.


Veelgestelde vragen over diastase


Gaat diastase vanzelf over?

Bij een groot deel van de vrouwen wel. Ongeveer 60 procent heeft zes weken na de bevalling diastase, en ongeveer 30 procent nog na een jaar. Belangrijk om te weten: uit onderzoek uit 2026 blijkt dat het natuurlijke herstel vooral plaatsvindt tussen zes weken en zes maanden, en daarna afvlakt. Merk je na zes tot acht weken geen duidelijke verandering, wacht dan niet af.


Hoe lang duurt herstel van diastase?

Reken op maanden, niet op weken. Bij mezelf duurde het na mijn dochter drie maanden en na mijn zoon vier. In de onderzochte programma's gaven interventies van achttien sessies of meer het beste resultaat. Een opbouw van drie tot zes maanden is voor de meeste vrouwen realistisch, afhankelijk van je uitgangspositie en je doelen.


Hoeveel vingers diastase is normaal?

Twee vingerbreedtes of meer wordt meestal als diastase gezien. De Europese Hernia Society houdt 2 centimeter aan, terwijl recent onderzoek met 3 centimeter werkt. Belangrijker dan het aantal vingers is of je onder je vingers weerstand voelt. Meet bij voorkeur ter hoogte van je navel, want daar is de afstand vrijwel altijd het grootst.


Krijg ik bij mijn tweede kind meer diastase?

Dat kan, maar kijk eerst naar de verklaring voordat je het op jezelf betrekt. Uit onderzoek uit 2026 blijkt dat elke extra week zwangerschap gemiddeld ongeveer 2 millimeter meer afstand geeft, en dat elke extra kilo geboortegewicht de kans op aanhoudende klachten ongeveer verdrievoudigt. Bij mij was mijn zoon dertienhonderd gram zwaarder en droeg ik hem bijna drie weken langer, en mijn tweede diastase was inderdaad groter. Dat zegt niets over mijn herstel, dat is rekenwerk.


Mag ik crunches doen met diastase?

Ja. Een gerandomiseerd onderzoek uit 2023 liet zien dat vrouwen met diastase die twaalf weken lang hoofdheffen en crunches deden, sterker werden zonder dat de afstand tussen hun buikspieren toenam. Crunches zijn wel een matige keuze als je doel is die afstand te verkleinen. Er zijn effectievere oefeningen om mee te beginnen.


Helpt een buikband bij diastase?

Een buikband gaf in het onderzoek een gemiddelde vermindering van ongeveer 10 millimeter, wat binnen het klinisch relevante bereik valt, maar duidelijk minder dan gecombineerde oefenprogramma's. Gebruik hem tijdelijk en naast oefeningen, niet als vervanging ervan.


Krijg ik rugpijn door mijn diastase?

Hier spreekt het onderzoek elkaar tegen. Noors onderzoek vond geen hogere kans op rugpijn bij vrouwen met diastase, terwijl Australisch onderzoek uit 2026 wel meer rugklachten vond. Wat in beide overeind blijft: diastase gaat samen met zwakkere buikspieren. Heb je diastase én rugklachten, laat dat dan beoordelen in plaats van af te wachten.


Krijg ik urineverlies door mijn diastase?

Daar lijkt het niet op. Zowel Noors als Australisch onderzoek vond geen verband tussen diastase en urineverlies. Dat betekent niet dat urineverlies onbelangrijk is, maar wel dat het een eigen verhaal is met een eigen aanpak.


Kan diastase helemaal weg?

Bij sommige vrouwen wel, bij andere blijft er een verruiming bestaan. Uitgerekt bindweefsel wordt niet altijd volledig zoals het was. Belangrijk om te weten: hoe je buik functioneert en hoeveel millimeter er tussen je buikspieren zit, lopen niet gelijk op. Volledig herstel van functie is ook mogelijk als er een kleine afstand blijft.


Hoe weet ik of ik een oefening al aankan?

Door te kijken naar je buik tijdens de oefening. Til je hoofd op en let op vervorming: een richel, een dakje, of het gevoel dat je rechte buikspieren naar buiten tuiten. Zie je dat, dan is die oefening nog te zwaar. Richt je dan op je ademhaling en probeer het opnieuw op je uitademing. Houdt je buik zijn vorm, dan mag je door naar een zwaardere variant. De opbouw die ik zelf aanhield: eerst voeten op de mat, dan lange benen, dan een hoekje van 90 graden met je benen in de lucht.


Kan ik mijn dwarse buikspieren los trainen?

Nee, en dat is een belangrijk misverstand. Je dwarse buikspier is onderdeel van een beweging: je spant aan en daarna doe je iets, zoals optillen of opstaan. Het aanspannen is de voorbereiding op belasting, niet de oefening zelf. Dat verklaart ook waarom losse "navel naar binnen trekken" oefeningen er in het onderzoek zwak uit komen, terwijl aanspannen wel degelijk essentieel is.


Wordt mijn buik ooit weer strak?

Dat is een andere vraag dan of je diastase herstelt, en het is belangrijk om die twee uit elkaar te houden. Als je diastase heelt, merk je eerst dat je meer kunt aanspannen en dat je buik weer functioneel is. Op dat moment is hij meestal nog niet strak, en dat hoeft ook niet. Functioneel en zonder klachten is het doel van je herstel. Die strakke buik komt daarna, als je gaat trainen. Eerst werkend, dan sterk, dan strak.


Wanneer mag ik weer hardlopen na mijn bevalling?

Meestal niet eerder dan drie tot zes maanden, en pas als je buikwand en bekkenbodem de belasting aankunnen. Hardlopen geeft herhaalde stootbelasting op precies het systeem dat aan het herstellen is. Laat dit beoordelen in plaats van een datum aan te houden.


Moet ik geopereerd worden aan mijn diastase?

Voor de meeste vrouwen niet. De gebruikelijke volgorde is eerst een gedegen periode van oefentherapie van minimaal zes maanden tot een jaar, en pas daarna een operatie overwegen bij aanhoudende klachten of een vastgestelde breuk.


Tot slot


Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dit zijn: er is niets kapot aan jouw buik.

Wat er gebeurd is, gebeurt bij bijna iedere zwangere vrouw. Bij ongeveer de helft herstelt het grotendeels vanzelf. En voor het deel dat niet vanzelf gaat, weten we inmiddels vrij goed wat werkt: gerichte training van je hele buikwand, diep én oppervlakkig, opgebouwd over maanden, met aandacht voor je ademhaling, je bekkenbodem en de manier waarop je elke dag je kind optilt.

Wat niet werkt, is afwachten. Zeker nu we weten dat het natuurlijke herstel in dat eerste half jaar zijn werk doet en daarna afvlakt.

En wat ook niet werkt, is jezelf gek maken met alle tegenstrijdige adviezen die je online tegenkomt.

Ik heb zelf twee keer een diastase gehad. Twee keer kwam het goed, de ene keer wat sneller dan de andere. Niet omdat ik geluk had, maar omdat ik wist wat ik moest doen en wat ik juist moest laten. Elke dag even, twaalf weken lang.

En het doel was daarbij nooit een strakke buik. Het doel was een buik die weer meedoet. Eerst werkend, dan sterk, dan strak.

Dat is wat ik jou ook gun. Je hoeft dit niet alleen uit te zoeken.


Wetenschappelijke onderbouwing

Ik werk als Premium Fysiotherapeut volgens de laatste wetenschappelijke inzichten, en vertaal die naar de praktijk. Deze blog is onder andere gebaseerd op de volgende bronnen:

  • Fitzpatrick SE, Crittenden T, Watson DI, Dean NR. Prevalence of Symptomatic Established Rectus Diastasis of Parity in Primiparous Women: A Prospective Cohort Study From Early Pregnancy to 1-Year Postpartum. World Journal of Surgery, 2026;50(2):344-352.
  • Capoccia Giovannini S, Hoffmann H, Bracale U, et al. Non-operative management of postpartum Diastasis Recti: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Hernia, 2026;30(1):164.
  • Bigdeli N, Yalfani A, Doosti-Irani A, Qodrati A. An evidence-based comparison of rehabilitation strategies for diastasis recti abdominis in postpartum women: a systematic review and network meta-analysis. Scientific Reports, 2025;15:39591.
  • Beamish NF, Davenport MH, Ali MU, et al. Impact of postpartum exercise on pelvic floor disorders and diastasis recti abdominis: a systematic review and meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, 2025;59(8):562-575.
  • Management of postpartum rectus diastasis in primary care. British Journal of General Practice, 2026;76(767):286-287.
  • Gluppe SB, Ellström Engh M, Bø K. Curl-up exercises improve abdominal muscle strength without worsening inter-recti distance in women with diastasis recti abdominis postpartum: a randomised controlled trial. Journal of Physiotherapy, 2023;69(3):160-167.
  • Gluppe S, Ellström Engh M, Bø K. Women with diastasis recti abdominis might have weaker abdominal muscles and more abdominal pain, but no higher prevalence of pelvic floor disorders, low back and pelvic girdle pain than women without diastasis recti abdominis. Physiotherapy, 2021;111:57-65.
  • Gluppe S, Engh ME, Bø K. What is the evidence for abdominal and pelvic floor muscle training to treat diastasis recti abdominis postpartum? A systematic review with meta-analysis. Brazilian Journal of Physical Therapy, 2021;25(6):664-675.
  • Cabral AL, Diniz ALD, Oliveira EH, et al. Transversus abdominis and rectus abdominis activation exercises do not alter inter-recti distance in pregnant women: a randomised trial. Journal of Physiotherapy, 2025;71(4):254-259.
  • Sperstad JB, Tennfjord MK, Hilde G, Ellström-Engh M, Bø K. Diastasis recti abdominis during pregnancy and 12 months after childbirth: prevalence, risk factors and report of lumbopelvic pain. British Journal of Sports Medicine, 2016;50(17):1092-1096.
  • Mota PGF, Pascoal AG, Carita AI, Bø K. Prevalence and risk factors of diastasis recti abdominis from late pregnancy to 6 months postpartum, and relationship with lumbo-pelvic pain. Manual Therapy, 2015;20(1):200-205.
  • Mota P, Pascoal AG, Carita AI, Bø K. Normal width of the inter-recti distance in pregnant and postpartum primiparous women. Musculoskeletal Science and Practice, 2018;35:34-37.
  • Beer GM, Schuster A, Seifert B, et al. The normal width of the linea alba in nulliparous women. Clinical Anatomy, 2009;22(6):706-711.
  • Du J, Ye J, Fei H, et al. Relationship Between Gestational Diabetes Mellitus and Postpartum Diastasis Recti Abdominis in Women in the First Year Postdelivery. Physical Therapy, 2023;103(10):pzad102.
  • Wang L, Zhu C, Zhang J, et al. Long-term outcomes of diastasis recti abdominis in postpartum women: a retrospective cohort study. International Urogynecology Journal, 2024;35(12):2413-2421.
  • Hills NF, Graham RB, McLean L. Comparison of Trunk Muscle Function Between Women With and Without Diastasis Recti Abdominis at 1 Year Postpartum. Physical Therapy, 2018;98(10):891-901.
  • Skoura A, et al. Diastasis Recti Abdominis Rehabilitation in the Postpartum Period: A Scoping Review of Current Clinical Practice. International Urogynecology Journal, 2024;35(3):491-520.
  • Chiarello CM, McAuley JA. Concurrent validity of calipers and ultrasound imaging to measure interrecti distance. Journal of Orthopaedic and Sports Physical Therapy, 2013;43(7):495-503.
Reacties